De juiste installatieautomaat kiezen begint bij meer dan ampères
Een tabel met ampères van installatieautomaten is een nuttig vertrekpunt, maar volstaat niet om een elektrische groep veilig te ontwerpen of aan te passen. Dit artikel legt uit wat de gangbare waarden van 6 A tot 40 A betekenen, hoe installatieautomaten kabels tegen overbelasting en kortsluiting beschermen en waarom kabeldoorsnede, aanlegwijze, gelijktijdigheid en omgevingsfactoren altijd meewegen. U leest ook het verschil tussen B-, C- en D-karakteristieken, krijgt een praktische vergelijkingstabel en een stappenplan om een belasting te beoordelen. Bij twijfel of werkzaamheden in de groepenkast is een vakbekwaam installateur nodig.
Een tabel met de stroomsterkte van installatieautomaten lijkt eenvoudig: 10 A, 16 A, 20 A of 25 A. Toch vertelt alleen het getal op de automaat niet of een groep veilig is. Een installatieautomaat moet zowel bij de aangesloten verbruikers als bij de toegepaste leiding passen. De kabeldoorsnede, de manier waarop de leiding is aangelegd, de lengte van het circuit en het type belasting bepalen mede welke beveiliging verantwoord is. Wie een groep wil uitbreiden of een automaat wil vervangen, moet daarom altijd naar het gehele circuit kijken.
Wat betekent de ampèrewaarde op een installatieautomaat?
De nominale stroom, aangeduid met In, is de stroom die een installatieautomaat onder normale omstandigheden kan voeren. Een automaat met opschrift B16 is dus ontworpen voor een nominale stroom van 16 ampère en heeft een B-uitschakelkarakteristiek. Bij een eenfasige netspanning van circa 230 volt geldt als eenvoudige benadering: vermogen in watt is spanning maal stroom. Een groep van 16 A heeft daarmee theoretisch ongeveer 3.680 watt beschikbaar.
Dat theoretische maximum is geen uitnodiging om langdurig iedere groep volledig te belasten. Apparaten kunnen inschakelstromen veroorzaken, meerdere verbruikers kunnen gelijktijdig draaien en leidingen kunnen warmer worden wanneer ze gebundeld of in isolatie zijn aangebracht. De automaat is bovendien primair een beveiligingsvoorziening, geen instrument om een te lichte leiding alsnog geschikt te maken.
Van ampère naar vermogen
Voor een globaal overzicht bij 230 V kunt u rekenen met de volgende formule: P = U × I. Hierbij is P het vermogen in watt, U de spanning in volt en I de stroom in ampère. Bij toestellen met een motor, voeding of een lagere arbeidsfactor kan de werkelijke belasting afwijken. Raadpleeg bij vaste apparatuur altijd de gegevens van de fabrikant.
Veelvoorkomende waarden in een groepenkast
In Nederlandse woningen zijn 16 A-eindgroepen zeer gebruikelijk. Lagere waarden kunnen voorkomen voor specifieke circuits; hogere waarden zijn alleen passend wanneer het ontwerp van de installatie, inclusief leiding en aansluitpunt, dit toestaat. De onderstaande waarden zijn indicatief en vervangen geen ontwerpberekening of inspectie volgens de geldende normen.
| Nominale stroom | Benaderd vermogen bij 230 V | Typische toepassing | Belangrijk aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| 6 A | circa 1.380 W | Verlichting of kleine, afzonderlijke belasting | Controleer of de leiding en armaturen op de situatie zijn afgestemd. |
| 10 A | circa 2.300 W | Lichte eindgroep of een specifiek toestel | Niet automatisch geschikt als vervanger van een 16 A-groep. |
| 16 A | circa 3.680 W | Gebruikelijke wandcontactdoos- en lichtgroep | Vermijd langdurige zware gelijktijdige belasting. |
| 20 A | circa 4.600 W | Specifieke installatie volgens ontwerp | Vereist passende kabel, aansluitmateriaal en beoordeling van aanlegwijze. |
| 25 A | circa 5.750 W | Zwaardere vaste verbruiker of voedingscircuit | Niet zonder berekening toepassen op bestaande huisbedrading. |
| 40 A | circa 9.200 W | Hoofd- of verdeelfunctie, afhankelijk van installatie | Geen standaard eindgroep voor gewone contactdozen. |
Kabeldoorsnede en aanlegwijze zijn doorslaggevend
Een automaat beschermt de leiding tegen te hoge stroom. Daarom moet de toelaatbare stroombelastbaarheid van de leiding passen bij de beveiliging. Als een te zware automaat op een te dunne kabel wordt geplaatst, kan de kabel oververhit raken voordat de beveiliging afschakelt. Dat vergroot het risico op schade en brand.
De vaak genoemde combinatie van 2,5 mm² koperen installatiedraad met een 16 A-groep is slechts een veelvoorkomende praktijksituatie, geen universele regel. De daadwerkelijke capaciteit hangt onder meer af van de volgende factoren:
- het geleidermateriaal en de nominale doorsnede;
- de isolatieklasse en het toegestane temperatuurbereik;
- aanleg in buis, kabelgoot, wand, grond of thermische isolatie;
- het aantal belaste aders en gebundelde leidingen;
- de omgevingstemperatuur;
- de lengte van de leiding en de spanningsval;
- de aanwezigheid en instelling van andere beveiligingen.
Een installatieautomaat mag nooit zwaarder worden gekozen alleen omdat hij vaak uitschakelt. Herhaald uitschakelen is een signaal om de belasting, bedrading, verbindingen en eventueel defecte apparatuur te laten onderzoeken.
B-, C- en D-karakteristiek: hetzelfde ampèrage, ander gedrag
Behalve de nominale stroom heeft een automaat een uitschakelkarakteristiek. Deze letter beschrijft vooral hoe snel het magnetische deel van de automaat reageert op een hoge, kortdurende stroom. Dat is relevant bij kortsluiting en bij apparaten met een forse inschakelpiek.
B-karakteristiek
B-automaten worden veel gebruikt in woninginstallaties met verlichting, contactdozen en gewone huishoudelijke apparatuur. Zij reageren relatief snel op een hoge piekstroom. Een B16 is daarom een bekende uitvoering voor een normale eindgroep.
C- en D-karakteristiek
C-automaten verdragen doorgaans een hogere inschakelstroom voordat het magnetische deel afschakelt. Ze kunnen passen bij bijvoorbeeld bepaalde motoren, transformatoren of grotere voedingen, maar alleen als de foutstroom van de installatie nog hoog genoeg is voor een betrouwbare uitschakeling. D-automaten zijn nog minder gevoelig voor korte pieken en horen doorgaans thuis in een professioneel ontworpen toepassing. Een zwaardere karakteristiek is niet simpelweg een oplossing voor een automaat die ongewenst afvalt.
Een groep en belasting verantwoord beoordelen
Voor kleine inventarisaties kunt u het vermogen van apparaten optellen en omrekenen naar stroom. Gebruik dit niet als vervanging voor metingen, ontwerpberekeningen of werkzaamheden aan een verdeelinrichting. Vooral kooktoestellen, boilers, laadpunten, warmtepompen en andere vaste zware verbruikers verdienen een afzonderlijke beoordeling.
- Noteer per apparaat het opgenomen vermogen of de opgegeven stroom van het typeplaatje.
- Deel het vermogen in watt door 230 V om de benaderde stroom te bepalen.
- Bepaal welke apparaten in werkelijkheid tegelijk kunnen werken.
- Controleer de nominale waarde en karakteristiek van de bestaande automaat.
- Laat de kabeldoorsnede, aanlegwijze, lengte en beveiligingscoördinatie beoordelen door een vakbekwaam persoon.
- Pas de installatie pas aan nadat duidelijk is dat alle onderdelen, inclusief aardlekbeveiliging en aansluitpunten, geschikt zijn.
Een waterkoker van 2.200 W trekt bijvoorbeeld ongeveer 9,6 A bij 230 V. Staat op dezelfde 16 A-groep een oven, vaatwasser of elektrische verwarming aan, dan kan de groepsbelasting snel te hoog worden. In dat geval is de oplossing vaak het verdelen van verbruikers over groepen of het realiseren van een correct ontworpen aparte groep, niet het verhogen van de automaatwaarde.
Veilig werken aan de groepenkast
In de groepenkast staan delen die onder spanning kunnen staan, ook wanneer een afzonderlijke eindgroep is uitgeschakeld. Het wijzigen van automaten, bedrading of aardlekvoorzieningen vraagt kennis van de installatie, geschikte meetapparatuur en controle van de uitschakelvoorwaarden. De Nederlandse norm NEN 1010 biedt het kader voor laagspanningsinstallaties; in de praktijk spelen ook productspecificaties, netbeheerderseisen en de bestaande opbouw van de installatie mee.
Schakel bij terugkerende storingen eerst aangesloten apparaten uit en probeer zo nodig één voor één te achterhalen welk toestel of circuit het probleem veroorzaakt. Ruikt u brandlucht, ziet u verkleuring, voelt u ongebruikelijke warmte of hoort u geknetter, zet dan de installatie veilig uit voor zover dat zonder risico kan en schakel direct een erkend installateur in.











